24 april 2024

De Buitenpepers

over een stralende buurt in Den Bosch

Wat komt er kijken bij de aanleg van een warmtenet?         

De Bossche gemeenteraad heeft vorig jaar oktober de ‘Transitie Visie Warmte 2.0.’ vastgesteld. Dit beleidsstuk geeft de richting aan, die de gemeente in de komende jaren kiest voor de overgang van fossiele energie voor warmte naar niet-fossiele energie. Voor de wijk Noord – onze buurt maakt daarvan deel uit – maakt de gemeente een plan voor de aanleg van een collectief warmtenet. De Buitenpepers zal volgens dat plan rond 2035 kunnen worden aangesloten op dit warmtenet.

Warmtenetten bestaan op veel plaatsen al  jaren; ze staan meestal bekend onder de naam stadsverwarming. Het is in beginsel een bewezen techniek. Relatief nieuw is dat er steeds meer warmtebronnen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld bodemwarmte, water en afvalwater. Een warmtenet is in feite de verbinding tussen een grote warmtebron en de eindgebruikers van warmte in woningen of ander gebouwen, via grote en kleinere transportleidingen en daarbij bijbehorende voorzieningen zoals verdeel- en onderstations en opslag. Een warmtenet heeft daardoor ruimte nodig zowel in als op de grond. Om er voor te zorgen dat er steeds voldoende warmte beschikbaar is, heeft een warmtenet ook altijd een piek- en back-up-voorziening. Voor de aanleg van een warmtenet is een grote investering nodig. Hoe meer woningen en gebouwen op een warmtenet zijn  aan te sluiten, hoe meer zo’n warmtenet een goede en betaalbare voorziening voor warmte kan zijn.

Als gevolg van de energie- en warmtetransitie zijn er tot het jaar 2050 veel meer collectieve warmtevoorzieningen nodig. De huidige wetten (Warmtewet, Gas- en Elektriciteitswet, Aanbestedingswet, Bouwregelgeving) zijn grotendeels ongeschikt voor het tot stand brengen van zo veel collectieve warmtevoorzieningen. Europese regels, met name op het gebied van vrije marktordening en aanbesteding hebben ook hun invloed. Daarom heeft de regering sinds 2021  een nieuwe  wet in voorbereiding: de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW). Over het wetsontwerp is al veel te doen geweest; de regering heeft het naar aanleiding daarvan aangepast.

Het definitieve wetsontwerp zal binnenkort aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Het streven is om deze nieuwe wet per 1 januari 2025 te laten ingaan. Het voert te ver om hier uitgebreid op dit wetsontwerp in te gaan. In het traject van wetgeving kunnen er bovendien nog veranderingen komen. Wel zijn er enkele punten uit het wetsontwerp te noemen, die belangrijk zijn voor de aanleg van een warmtenet, de levering van warmte en de inbreng en participatie – het meedoen – vanuit de wijken en buurten daarbij.

In de bestaande energiemarkt is er een duidelijk onderscheid tussen de levering en verkoop van energie aan de ene kant en het beheer van de infrastructuur daarvoor aan de andere kant. De levering en verkoop van  energie is  overgelaten aan de markt. De zorg voor de infrastructuur daarentegen is een zaak van de overheid (via overheidsbedrijven, zoals Enexis). In de Wet Collectieve Warmtevoorziening wordt dit onderscheid los gelaten. Een warmtebedrijf krijgt daar de wettelijke taak om voor de gehele warmteketen te zorgen, dus zowel voor de aanleg van het warmtenet als voor de levering van warmte en alles wat daarbij komt.

De prijs voor de levering van warmte via een warmtenet wordt nu bepaald door de prijs van aardgas met toezicht van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Het tarief voor warmte is daardoor niet gebaseerd op de werkelijke kosten van warmtelevering in een warmtenet. Dit verandert in de nieuwe wet. Het tarief voor warmte wordt voortaan bepaald op grond van de werkelijke kosten van het warmtenet en het warmtebedrijf. De invoering van dit tariefsysteem gaat geleidelijk in drie door de regering te bepalen fasen.

De gemeente krijgt een beslissende en bepalende rol bij een warmtebedrijf. In de Wet Collectieve Warmtevoorziening komt namelijk te staan dat de gemeente tenminste 51% van de aandelen in het warmtebedrijf heeft. De gemeente moet zelf beslissen of het een eigen warmtebedrijf opricht of dat de gemeente dit samen met marktpartijen doet. De gemeente moet verder een zogenaamde warmtekavel vaststellen.

Dit is een gebied waarin een of meer warmtenetten komen te liggen. Dit moet gebeuren aan de hand van de door de gemeente vastgestelde Transitie Visie Warmte 2.0. Tegen dit besluit is een beroep bij de rechtbank mogelijk.

De gemeente gaat vervolgens een warmtebedrijf aanwijzen op basis van een openbare selectie- en aanbestedingsprocedure. Een warmtebedrijf wordt voor een periode van tenminste 20 jaar en maximaal 30 jaar aangewezen. Na de aanwijzing van een warmtebedrijf moet dit bedrijf de door de gemeente vastgestelde warmtekavel gaan uitwerken met een investerings- en exploitatieplan.

De stappen op weg naar de aanleg van een warmtenet, ook voor onze wijk Noord tot en met 2035.

In de Transitie Visie Warmte 2.0. heeft de gemeente duidelijk aangegeven op welke manier een wijk of een buurt kan participeren (meepraten) in het proces voor de aanleg van een warmtenet. Het bovenstaande schema – gebaseerd op de Wet Collectieve Warmtevoorziening – geeft dit weer. 

Voor de aanleg van een warmtenet in de wijk Noord is nog een lange weg te gaan. Alleen stap 1 in het schema is gezet. De gemeente heeft gezegd dit zorgvuldig te willen doen en er de tijd voor te nemen. Voor zover nu bekend, doet de gemeente nader onderzoek naar de warmtebron van de afvalwaterzuiveringsinstallatie bij de Treurenburg. Pas nadat de Wet collectieve warmtevoorziening in 2025 in werking is getreden, kunnen de andere stappen van bovenstaand schema worden gezet. En als die stappen allemaal zijn gezet, dan kan het aangewezen warmtebedrijf met de aanleg van het warmtenet in de stadswijk Noord starten.

In de Transitie Visie Warmte 2.0 staat hoe de gemeente in gesprek gaat met de bewoners in Noord. Het is daarom belangrijk om met de gemeente in gesprek te blijven over alle stappen die in dit proces nog te zetten zijn.